Thuis in het hospice

19 maart 2018

Thuis sterven. Veel mensen in Nederland geven hier de voorkeur aan. Uit recent onderzoek blijkt dat ‘thuis voelen’ vaak belangrijker is dan ‘thuis zijn’. Veiligheid, vertrouwdheid en de aanwezigheid van naasten blijken de sleutelingrediënten voor dit zogeheten ‘thuisgevoel’.

Alles in hospice Het Veerhuis ademt huiselijkheid. “Het lijkt soms een groot gezin, met vier zieke mensen,” zeggen Ineke Zweers en Christa Kristenen, coördinatoren van dit hospice. Elke dag is hier een aantal vrijwilligers actief, plus verpleegkundigen. Andere zorgverleners, zoals fysiotherapeuten en artsen, komen regelmatig over de vloer. En dan zijn er natuurlijk nog de vrienden en familieleden van de bewoners die elk moment van de dag welkom zijn. Kortom, het is een komen en gaan van mensen, maar dat heeft op de een of andere manier geen invloed op de serene sfeer. Het voelt eigenlijk een beetje als… thuis.

‘Thuis voelen’ weegt het zwaarst

De meeste mensen willen het liefst thuis sterven, blijkt uit recent onderzoek van Berdine Koekoek van de Universiteit Utrecht, in opdracht van VPTZ Nederland, Vrijwilligers in de Palliatieve Terminale Zorg. Dit is de voorkeur van 68 procent van de Nederlanders. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld omdat de verzorging te complex is of omdat de omgeving onvoldoende steun kan bieden. Uit het onderzoek blijkt dan ook dat het 32 procent van de chronisch zieke mensen die graag thuis hadden willen overlijden, niet lukt om dit te realiseren. Toch is de discrepantie tussen wens en werkelijkheid kleiner dan de cijfers doen vermoeden. Voor het onderzoek zijn twintig nabestaanden geïnterviewd en die geven aan dat ‘thuis voelen’ uiteindelijk belangrijker is dan daadwerkelijk ‘thuis zijn’.

Chantal Holtkamp, directeur van VPTZ Nederland, geeft aan dat ‘thuis voelen’ in drie aspecten blijkt te zitten: “Veiligheid, vertrouwdheid en de aanwezigheid van naasten. Als thuis sterven niet mogelijk is, kun je die zaken natuurlijk ook op een andere plek bieden, zoals een hospice of een verzorgings- of verpleegtehuis.” Vooral het gevoel van veiligheid is van belang in de laatste levensfase. De goedopgeleide vrijwilligers in de palliatieve zorg spelen hierbij een belangrijke rol, zowel thuis als in een hospice.

Veiligheid

Ook in hospice Het Veerhuis merken ze hoe belangrijk het gevoel van veiligheid
is. Zo staat een mevrouw op de wachtlijst die ontzettend graag naar het hospice wil, omdat ze ‘moe is van de regie houden’, zoals ze het zelf omschrijft. Coördinator Ineke Zweers: “Dat heb ik vaker gehoord, dat mensen zeggen: ‘Ik wil gewoon nergens meer aan hoeven denken of zelf op moeten letten.”

Voor de naaste omgeving geldt dat natuurlijk ook. Bij de verzorging van een terminaal zieke patiënt komt zo veel kijken, dat je soms niet weet waar je moet beginnen.”

Zo aangenaam mogelijk

De moeder van Ingrid Groote Bromhaar was er juist heel stellig in: ze wilde niet thuis overlijden. “Mijn moeder is 79 geworden, mijn vader is 80. Ze wilde hem niet belasten met de zorg. Ze had zuurstof nodig, zou niet meer naar boven kunnen om te douchen. Ze had er geen goed gevoel bij.” Ingrid is vol lof over hoe de verzorging is verlopen. “Het was een heel fijne omgeving voor haar. De vrijwilligers deden al het mogelijke om het haar zo aangenaam mogelijk te maken.”

Mooi alternatief

Het verblijf in een hospice heeft ervoor gezorgd dat haar moeder rustig afscheid kon nemen, zegt Ingrid. Ook de zorg nadat haar moeder was overleden, maakte diepe indruk. Het heeft Ingrids kijk op de beste plek om te overlijden veranderd. “Door mijn werk in de thuiszorg, weet ik dat er vierentwintiguurszorg mogelijk is en dat je in principe alles kunt regelen in de thuissituatie. Daardoor heb ik altijd gedacht: het is het allermooist als mensen in hun eigen omgeving kunnen overlijden. Nu zie ik een hospice als een mooi alternatief.”

Tekst: Elles Beijers

Terug naar overzicht